“Hollywoodland” …vervolg

Met de bouw van de gigantische filmpaleizen in de jaren twintig en later stelde zich echter een nieuw probleem: Met enkel films te vertonen kreeg je de zalen met dat grote aantal zitplaatsen  niet vol!

Marbro Chicago interior

Marbro Theatre Chicago: 3931 zitplaatsen  (1927- 1963)

Theatereigenaren moesten extra attracties bieden: muzikale optredens, journaals, vervolgfilms, een komisch intermezzo, misschien een goochelaar of een andere nieuwigheid, dansuitvoeringen en een paar rondes van het populaire (bingo)spel Screeno.
Sommige grote bioscopen spendeerden maar liefst 2800 dollar of meer per week aan orkesten. Film werd nu een minder belangrijk onderdeel van het totale pakket.

“Motion Picture Theatre Management”, een boek van Harold E. Franklin schetste de keiharde economische aspecten van het vertonen van films. De huur van de zaal, de reclame, de ingehuurde orkesten en artiesten, onderhoud en belastingen: netto bleef er niet veel meer over…

Toch bleken de economische risico’s  de bouw van nog nieuwe en grotere bioscopen geen halt toe te roepen. Ook in 1927 opende ” Grauman’s Chinese Theatre” in Los Angeles.
De bioscoopganger kon er in een namaak-boeddhistische pagode “genieten” van de film.

Chicago kreeg zijn 3600 plaatsen tellende “Norshore Theatre”, waarvan de interieurs een bonbonnière van dure rococo vormden.
Ook de liefhebbers van barokke stijl kwamen aan hun trekken o.a in New-York in het “Proctor’s Theatre” met 3100 plaatsen.
Tenslotte was er de grootvader van alle filmhuizen, het immense, met edelstenen getooide “Roxy Theatre” in 50th Street, tussen Sixth en Seventh Avenue.

Alles aan de “Roxy” was weergaloos. De zaal bood plaats aan 6200 mensen !!!
In de kleedkamers konden 300 artiesten terecht. Een 118- koppig orkest maakte elke film niet alleen tot een visuele, maar ook een symfonische belevenis.

roxy zw int
Roxy Theatre New York Interieur, wellicht ’s werelds grootste filmtheater

Een orgel, zo gigantisch dat het door drie mannen bespeeld moest worden, zorgde voor muzikale intermezzo’s. Veertien Steinway-piano’s stonden permanent klaar voor gebruik.

De lucht in het theater werd in de kelder gekoeld en verfrist door reusachtige machines.
Uit meestal vergulde drinkfonteintjes kwam ijskoud water. De Roxy ging er zelfs prat op een eigen hospitaal te hebben, waar, zoals in een brochure trots werd geclaimd “een ingrijpende operatie, indien nodig, kan worden verricht!”
De bouw van de bioscoop had naar schatting tussen de 7 en 10 miljoen dollar gekost.
Het geld kwam van filmproducent Herbert Lubin, maar het gehele concept van de Roxy kwam van Samuel Lionel Rothafel, die toen al de bijnaam kreeg van “Roxy Rothafel”.
Rothafel ambieerde aanvankelijk een carrière als honkbalspeler, maar door een amoureus zijspoor kwam hij in de bioscoopwereld van toen terecht.

Het idee om filmvoorstellingen te combineren met liveshows was eigenlijk een bedenksel van deze “Roxy”. Hij woonde in een appartement, diep weggestopt boven de vier verdiepingen hoge entree van de bioscoop.
Het meest opvallende gegeven over Roxy zelf was dat hij eigenlijk niet van films hield…

De  kassa’s van de Roxy

Inkomhall van de Roxy

Schilderij uit de beginjaren van de Roxy

Tekst door mij bewerkt en afkomstig uit het boek van Bill Bryson:”De Zomer van 1927″
(hoofdstuk 23).  Credits bij Bill Bryson uitgeverij Atlas Contact
Foto’s uit Cinematreasures.org, Historictheatres.org, Wikipedia en Pinterest

 

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in algemeen, beeldmateriaal, erfgoed en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s